Gezondheid

December 2010.
Ik had alles een maandje stopgezet en dacht maar aan één ding: mijn jongste zoon.
Hij zou geopereerd moeten worden. Dat zou heftig worden, want we hadden te maken met een gezwel.
Wat maakt het nu uit hoe oud je kind is. Drie weken, drie maanden, drie jaar of dertig jaar?
Het maakt niets uit. Want het is je kind en dat zegt alles.
En niets maar dan ook niets is meer belangrijk. Er is simpelweg een ding dat telt: de gezondheid van je kind.

Ik hield me goed toen we die morgen bij hem waren totdat hij werd opgehaald om naar de operatieafdeling te gaan.
Hoe rot ik me ook voelde…hij zou mijn tranen niet zien! Daar schiet niemand wat mee op.
Dus ik kletste wat, rommelde wat aan op zijn kamer en we keken elkaar wat lachend aan. Maar zowel hij als ik waren niet op ons achterhoofd gevallen en kennen elkaar te goed om niet van elkaar te weten dat het behoorlijk rommelde van binnen.
Maar hé…bij mij geen tranen!
Samen met twee verpleegsters naar de lift. Hij ging rechtsaf naar de OK, wij linksaf naar huis.
Of we nog even afscheid wilden nemen.
Tja…en toen kwamen de tranen wel en in de lift, toen die veilig gesloten was, nog veel meer.
Wat je dan denkt en ineens voor je ziet is eigenlijk zo absurd.
Toen dat grote ziekenhuisbed werd weggereden met hem erin, zag ik ineens uit het niets een ander bed op mijn netvlies komen.
Dat was een ledikantje. Ook met spijltjes. Zo’n 28 jaar geleden.
Hij wist toen met zijn twee jaar, zonder dat we ook maar iets konden vermoeden of zelfs wisten, dat er een spijltje los zat.
En met dat spijltje stond hij om kwart voor 6 ’s morgens vroeg voor mijn bed.
Hij keek me doodgemoedereerd aan en zei:” Ik klaar met slapen!”

We wisten dat het een heftige operatie zou worden. Het kon lang duren en dan zou er sprake zijn van een verwijdering van zijn long.
Het duurde ook lang. Ik heb nu ervaren dat je misselijk kunt zijn van angst, dat het zweet op je voorhoofd kan staan, en dat je jezelf moet concentreren op je ademhaling.
De operatie was goed geslaagd. Twee derde van zijn long heeft hij mogen houden. Alles zou goed komen en we konden dit met een gerust hart achter ons laten.
Ga maar even naar hem toe, werd ons gezegd.
Van een sterke vent met een geruststellende lach van het komt goed, hadden we die morgen afscheid genomen. Nu zagen we hem terug met zoveel pijn en aan allerlei toeters en bellen. Ook dat beeld vergeet ik nooit meer. Maar wat was ik blij. Het zou ook allemaal goed komen.

Zo’n gebeurtenis vergeten is uitgesloten bij mij.
Hoe onvoorstelbaar is het in te zien dat je kind zo’n kracht heeft en een positieve levenshouding.
Je kind blijft dan wel je kind maar je wordt tevens geconfronteerd met het feit dat hij een volwassen vent is die sterk op zijn benen staat, die alles in het werk stelt om zijn doel te verwezenlijken, die sommige zaken voor even accepteert omdat het niet anders kan, maar dan ook doorschiet naar goud!

Twee jaar later moest ik een heupoperatie ondergaan.
Wat heb ik toen veel aan hem gedacht!

Kermis

Een kermis biedt naast de vele attracties nog wat meer als je je ogen goed de kost geeft.
Vroeger als kind en puber was ik ook een trouwe kermisklant maar nu loop ik er alleen overheen voor de gezelligheid.
Volgend jaar zal dat veranderen want dan ga ik met mijn kleindochter de hort op die dan net groot genoeg zal zijn om in de allerkleinste rustige attracties te kunnen. Samen met mij, want dan wil ik weer meemaken wat ik vroeger met mijn eigen kinderen meemaakte.

Kleine kinderen in de draaimolen of autotootjes die met een sukkelgangetje hun weg zoeken…het ontroert me iedere keer.
Ook de trotse gezichten van de ouders en opa’s en oma’s langs de kant, ik vind het een feest om er naar te kijken.
Toen ik de laatste keer over de kermis liep, stond er een draaimolen met autootjes die een heel klein stukje omhoog gingen. Natuurlijk in een slakkentempo.
Opa en oma waren daar ook met kleinzoon van een jaar of twee en vol trots zetten ze hun kleinkind achter een knalgeel stuurtje om daarna vol verwachting met de camera in de aanslag de komende minuten af te wachten.
“Sturen hè”, riep oma nog en de draaimolen zette zich in beweging.
Met grote angstige ogen zag de peuter de eerste helling op zich afkomen en brak ogenblikkelijk op het hoogtepunt in tranen uit.
”Och gotte nog an toe,” hoorde ik oma zeggen.
“Opa komt”, zei de man en duwde het fototoestel weg maar wat hij niet had ingecalculeerd was dat in de tweede bocht, toen de draaimolen weer de richting van de opa en oma uitkwam, het wagentje met kleinzoonlief in de binnenring verdween. Paniek alom, want kleinzoon wou eruit, opa kon zo vlug niet langs die mini autootjes kruipen en oma riep met een rood hoofd : “Sturen hoor.”
Sturen…? Het kind had alle tegenwoordigheid van geest nodig om geen epileptische aanval te krijgen en hing al half uit het autotootje.
Hoe het is afgelopen weet ik niet. Ik kon het niet meer aanzien.
Sinds vier en halve maand ben ik ook oma en ik heb er niet bij stilgestaan dat mij dit misschien ook kan gebeuren. Ik kreeg het er nu al warm van…

Toen ik verder liep en al op mijn netvlies had staan hoe het volgend jaar zou kunnen worden, bad ik in stilte:” Laat ze net zoals haar vader zijn destijds.”
Want toen stond ik met tranen in mijn ogen te kijken naar een manneke in een gestreept lichtblauw truitje die zeer fanatiek aan een stuurtje draaide en iedere keer mijn ogen wist te vangen met een big smile als hij langs kwam. Het geluid van die mini draaimolen heb ik nog in mijn oren zitten, het was niet om aan te horen.
Het fragment hebben we op film vastgelegd en we zeiden tegen elkaar:” Wat wordt hij al groot hè?”
Kijk… en dat wil ik nu volgend jaar weer dolgraag beleven!